Tagarchief: legendes

Eeuwig is als een ogenblik

— Toen de jongen zijn konijn zag ging hij naar zijn moeder. Hij vroeg haar op het beestje te letten terwijl hij speeelde met een buurjongen, die ook zijn vriendje was. De moeder zei ‘ja’, liep naar de tuin en sloot het deurtje van de kooi waarin het beestje opgesloten zat. Toen vervolgde zij haar bezigheden, de was doen op de eerste plaats. Zij deed de lakens in de machine, slopen en ook enkele handdoeken. Ondertussen draaide zij muziek: Elvis Presley ‘oh my babay, please surrender … Ta na ta na oh so tender. Can you ….’

Alle woorden zong zij mee, althans die die ze verwachtte te horen. De zwoele stem gaf een gevoel in Graceland rond te lopen. Het kon haar niet lang genoeg duren. Toen ze de was buiten aan het ophangen was lette ze niet op het konijn, maar op de zon, hoe die met het blad van de vlierbes patronen over het wasgoed strooide. ‘Mooi’ dacht ze, ‘mooi’. Op de achtergrond, uit de openslaande deuren leek Elvis Presley bezig aan een rondgang door het huis.

Toen kwam de jongen thuis. ‘Mam’, zei hij ‘ zet toch die muziek uit. Er is een vogel in de tuin, een die je nog nooit gezien hebt.’ Hij voegde de daad bij het woord en liep de tuin in waar hij geen vogel zag. Evenmin vond hij zijn konijn terug in de kooi. Er zat een opening onder het gaas en de aarde was weg gegraven en ook weer opgedroogd. ‘Mam, waar komen al die konijntjes vandaan? Zie, er zitten er wel twintig en ze hebben alles kaal gevreten.’ Zijn moeder keek op, hing de laatste sloop aan de waslijn op de knijpers en zei: ‘Kom jongen, je moeder zal eens eten klaar gaan maken. Je zult wel honger hebben.’ ‘Ja’, zei de jongen, ‘ik rammel.’ —

De sinasappel

— De wetenschappers van het ‘global intelligence instituut’ liepen op een ochtendwandeling door de boomgaard van de de Californische woestijn. Ze bewonderden het fruit, de dikte van de stammen van de sinasappelbomen, het frisse groen dat tussen de bomen opschoot:
‘Hoe is het mogelijk dat een woestijn zo veel vruchten geeft, zo veel gewassen op laat schieten’, zei een van hen, een jongen met een dikke haardos en een donkere bril. Hij detoneerde tussen de mannen in het gezelschap dat meest uit vijftigers bestond.
De mannen keken vreemd naar hem op: hoe kon een intelligente jongeman zulke voor de hand liggende vragen stellen?
De jongen persisteerde echter:
‘In de wereld bestaan allerlei landschappen waarvan sommige zo droog dat er niets groeit, er zijn geen wolken die kunnen regenen. Ik weet niet wat het betekent maar er moet een diepere betekenis zijn voor de dorheid.’
Daarop werden de mannen erg kwaad:
“‘Global intelligence’ is de intelligentie van de mens die heerst over de aarde, zo staat het in de Bijbel, maar dat is het punt niet. Dat de aarde aan de mens ter beschikking is gesteld betekent betekent dat wij hte naar ons beeld en behoefte in kunnen richten.’
Ze keken naar de jongeling die met grote passen vooruit stapte, zijn armen spreidde, eerst opzij, toen naar boven, alsof hij ze in de blauwe hemel vloeien liet. Hij nieste drie keer en werd doorzichtig, nog een luchtspiegeling boven de hete aarde.
‘Och’, zei een van de professoren in het gezelschap, ‘hij past niet bij ons, zie hoe hij zich onttrekt aan onze kennis.’
Een andere nam een sinasappel van de boom en begon deze van zijn schil te ontdoen. Toen hij hier mee klaar was hield hij niets over, alleen de geur hing in zijn neus. …