Categorie archief: ZKV

zeer korte verhalen

Het niemendalletje

Man: ‘Het is niet voor mij hoor, maar ik wou dit even afrekenen.’
Cassi√®re: ‘Dat kan mijnheer maar dan moet u het wel even op de toonbank leggen.’
De man rommelt wat in zijn boodschappenmandje:
‘Waar heb ik het nou toch? Toenstraks had ik het nog.’ Lees verder

Het optreden

1- Goh, ik ken je niet.
2- Nee, ik jou ook niet.
1- Hoe kom je hier zo verzeild?
2- Nou, ik liep hier even in het park, want ik hoorde dat er verderop een band optreedt. Weet jij misschien of ze al bezig zijn? Lees verder

De spanningsboog

De spanningsboog (met dank aan Mireille Geus)

A. Handelingen
B. Gedachten
C. Flash back
D. Non-verbale confrontatie
E. stilte voor de storm, inzoemen op een detail
F. Confrontatie.
G. Einde

Het misverstand Lees verder

Bord

Het is rond, zo rond als de aarde van verre.
Als je er op staat lijkt het plat, een vlak met een horizon.
Hoe klein moet een mannetje zijn dat op niet meer dan 30 centimeter rondom die horizon ziet?
Het mannetje staat op kleine, hele kleine schaatsjes en volgt weggetjes, pleintjes. Die komt hij tegen bij verwoede pogingen naar die horizon te schaatsen. Telkens glijdt hij terug naar een baan, die in zichzelf uitkomt.
Het blauw moet hij vermijden. Onder het blauw ligt diep water waarin hij verdrinken zal. Dat is hem verteld en omdat hij een gehoorzaam mannetje is zou hij nooit, maar dan ook nooit proberen of het waar is. Het is waar, het is zijn geloof.
In concentrische cirkels lopen de wegen die hij wil oversteken om de horizon te bereiken. Daartussen liggen verhalen over voorouders.En in oranje heuveltjes bewaren zij voedsel waarmee hun kinderen en kindskinderen overleven kunnen. Het mannetje proeft en het smaakt tomaat, ananas en mandarijn. Dat komt omdat hij zo hongerig is.
Maar zijn droom is over de blauwe horizon te komen.

Een kleine boottocht

Blauw, blauw, alles leek wel blauw
blauw als chalcophyrite
Dus met goud
Goud dat geen goud was maar toch alles doordrong:
het water, de lucht, het langzaam aflopend zand,
zelfs de branding
Ik lachte en dacht:
Nou, met een beetje zilver dan. Lees verder

Eeuwig is als een ogenblik

— Toen de jongen zijn konijn zag ging hij naar zijn moeder. Hij vroeg haar op het beestje te letten terwijl hij speeelde met een buurjongen, die ook zijn vriendje was. De moeder zei ‘ja’, liep naar de tuin en sloot het deurtje van de kooi waarin het beestje opgesloten zat. Toen vervolgde zij haar bezigheden, de was doen op de eerste plaats. Zij deed de lakens in de machine, slopen en ook enkele handdoeken. Ondertussen draaide zij muziek: Elvis Presley ‘oh my babay, please surrender … Ta na ta na oh so tender. Can you ….’

Alle woorden zong zij mee, althans die die ze verwachtte te horen. De zwoele stem gaf een gevoel in Graceland rond te lopen. Het kon haar niet lang genoeg duren. Toen ze de was buiten aan het ophangen was lette ze niet op het konijn, maar op de zon, hoe die met het blad van de vlierbes patronen over het wasgoed strooide. ‘Mooi’ dacht ze, ‘mooi’. Op de achtergrond, uit de openslaande deuren leek Elvis Presley bezig aan een rondgang door het huis.

Toen kwam de jongen thuis. ‘Mam’, zei hij ‘ zet toch die muziek uit. Er is een vogel in de tuin, een die je nog nooit gezien hebt.’ Hij voegde de daad bij het woord en liep de tuin in waar hij geen vogel zag. Evenmin vond hij zijn konijn terug in de kooi. Er zat een opening onder het gaas en de aarde was weg gegraven en ook weer opgedroogd. ‘Mam, waar komen al die konijntjes vandaan? Zie, er zitten er wel twintig en ze hebben alles kaal gevreten.’ Zijn moeder keek op, hing de laatste sloop aan de waslijn op de knijpers en zei: ‘Kom jongen, je moeder zal eens eten klaar gaan maken. Je zult wel honger hebben.’ ‘Ja’, zei de jongen, ‘ik rammel.’ —