Het niemendalletje

Man: ‘Het is niet voor mij hoor, maar ik wou dit even afrekenen.’
Cassière: ‘Dat kan mijnheer maar dan moet u het wel even op de toonbank leggen.’
De man rommelt wat in zijn boodschappenmandje:
‘Waar heb ik het nou toch? Toenstraks had ik het nog.’
Cassière: ‘Nou mijnheer zo moeilijk kan het toch niet zijn. Gaat u anders even opzij. Er staat nog een hele rij achter u te wachten.’
Man: ‘Ja, dat is goed.’ De man gaat opzij met een rood hoofd en kijkt beteuterd onder de aktentas die ook in het mandje zit.
Een vrouw met opgestoken blond haar, twee meter verderop, steekt een lingeriesetje in de lucht. Het is van roze kant met glitters, een veel te klein broekje en een b.h.-tje van niks:
‘Hee, moet je nou eens kijken wat ik hier vind op de grond. Zijn er nog wilde plannen voor vanavond? Wie biedt?’
Niemand reageert. De man staat met zijn rode hoofd nadrukkelijk weg te kijken.
‘Nou, ik weet wel iemand die hier heel blij mee zal zijn. Bij ons tegenover heb je zo’n mokkel, dat zo iedere avond te bewonderen is. Wat zeg ik, ook ‘s ochtends.’ De stem van deze man klinkt van achter in de rij. Een vrouw met een kar vol keert zich om:
‘Zeg buurman wil je soms beweren dat wij in een hoerenbuurt wonen?’
De man achterin herkent zijn buurvrouw:
‘ Nee, ik bedoel jou niet. Anneke die bedoel ik.’
‘Goh buurman ik wist niet dat je zo’n gluurder was. Moet je kijken hoe die man bij de kassa zich staat te schamen.’ Zij richt tot de man met het rode hoofd:
.’Is dat het wat u verloren bent? Geeft niets hoor.’ Ze wendt zich tot de vrouw met het blonde haar:
‘Hé Truus, zie je dan niet dat het van deze meneer is. U wou het toch kopen?’
De man antwoordt:
‘Nee nee nee, het is iets anders wat ik verloren ben. Ik ga even in de winkel kijken.’ De man haast zich naar buiten. Onderwijl zet hij het mandje terug op de stapel. En zo met de aktentas onder zijn arm lijkt hij een kantoorklerk.  In de winkel roept de cassière iemand die het lingeriesetje meeneemt om terug te leggen. De blonde vrouw zegt:
‘Snap jij dat nou, wat zou zo’n man met zo’n niemendalletje aanmoeten?’
De andere vrouw zegt:
‘Misschien was het wel voor zijn vriendin of voor zijn dovhter, toch niet iets om je over te schamen.’
De anderen in de rij knikken en kijken of ze nog niet aan de beurt zijn.

De man met de aktentas koopt bij het passeren van de bloemenstal een grote bos rode rozen want zijn vrouw is jarig die dag.

 

CC BY-NC 4.0
This work is licensed under a Creative Commons Attribution-NonCommercial 4.0 International License.