Het aardappelvrouwtje

Het aardappelvrouwtje…..dat een stoere bananenman wilde zijn.

‘Wel waar, het is wel waar. Aardappels zijn ook fruit, ondergronds fruit, vuil stoffig of modderig, maar fruit. Stop mij onder de grond en je krijgt een nieuwe plant. Ik ben de vrucht. Wie kan mij die status ontzeggen?’ De bananenman richtte zich op, althans dat probeerde hij. Het was meer dat zijn vel aan buikzijde een beetje rekte, maar veel hielp het niet. Hij keek het aardappelvrouwtje vuil aan met het ene oog hoog op zijn kop. Hij zocht haar blik en vond er vele. Verspreid over het oppervlak van haar rimpelige huid vond hij verschillende putjes waar achter hij een oog vermoedde.
‘Ik kom van de zon’, zei hij, ‘ Heb je mijn blad bekeken, wuivend in de bries van de zee? Zie je mijn gestalte oprijzen? De mensen schuilen onder mijn bron, een hoogopgaande boom. Ze zetten er plastic stoeltjes neer en wanen zich in het paradijs. Ze zien mijn lach groeien, hoog boven hen, tientallen lachende monden, zonnige monden, eerst groen als sappig gras dan geel als god zelf. Ik ben een kleinood voor ze, multifunctioneel -daar weid ik nu niet verder over uit- maar vooral compleet, een complete voeding, zacht en zoet. Kinderen en arme mensen zijn dol op me. Ik kan me voorstellen dat je mij wil zijn. Maar helaas dat kan niet.’
‘Je kletst ‘ zei het vrouwtje, ‘80% is geklets. Je deed er beter aan mij in je gelederen op te nemen. Ook ik vorm een complete voeding voor mensen. Ken je ‘de aardappeleters’ van Van Gogh? Nee, dat dacht ik al. Hele generaties hebben op mij overleefd. Toen ik na een treurige zomer op het land lag weg te rotten, zijn hele dorpen leeggelopen, gevlucht naar betere oorden. Alleen omdat ik er niet meer was.’
‘Nou en’ zei de stoere bananenman, ‘ Nou en…. Waarom wil je mij dan zijn. Je bent kennelijk heel belangrijk, mensen kunnen niet zonder je. Maar je kunt niet aan me tippen, anders zou je je niet zo gedragen.’ Het aardappelvrouwtje rolde een beetje naar de stoere bananenman. Ze knipperde met al haar ogen, uit enkele groeide een witte spriet.
‘Ik heb een voorstel’, zei de bananenman, ‘als je op die sprieten naar mij toe kunt komen ten minste. Dan zal ik je iets influisteren, dat je zal bevallen.’ Het aardappelvrouwtje strompelde op een paar uitlopers toe op de de bananenman, die schuin achterover leunde tegen een muurtje. De late avondzon scheen er volop tegen aan. Ze leunde tegen hem en er klonk een hard en genieping gelach, dat overstemd werd door de grasmaaimachine van de tuinman.

Het verhaal zou hier eindigen. Het was per slot van rekening al laat op de dag toen dit gesprek plaatsvond. Niemand zou dat vreemd vinden. Niemand legde ook een verband met deze conversatie toen enkele jaren later in een botanische vaktijdschrift er een sensationeel artikel stond:
‘Nieuwe soort ontdekt, kleine boom met ronde rimpelige vruchten, geel met een melige bananensmaak. Goed eetbaar na een korte kookbeurt.’

CC BY-NC 4.0
This work is licensed under a Creative Commons Attribution-NonCommercial 4.0 International License.