Henkie

Het stopte niet meer met regenen, omdat de zon zich achter vette wolken verborg. Dit nadat de weerman met zijn sjagrijnige hoofd zich voor de weerkaart had staan uitsloven voor de tv.-camera. Zo gaan die dingen. Die verdomde dominee ook met zijn zwartgallige verhalen van wat in een ver verleden zogenaamd echt gebeurd was. Als hij er nog een elegante draai aan zou geven door wat warmte of mededogen in te bouwen. Maar, nee. De zwaargebouwde donkere mannen en hun uitgedijde echtgenotes verwachten niet anders dan predestinatie en doemdenken. Na het zwoegen in de kleigrond en het melken van doorgefokte runderen willen zij zich verliezen in een sombere zingeving van deze ellende. En dat lukt ze. Deze zondagmiddag na het zingen van de laatste psalmen staan ze op en lopen in statige pas de kerk uit. Buitengekomen verwachten ze elkaar met een korte groet of een beleefd praatje enkele ogenblikken te verpozen. Maar deze zondag niet. Het water staat tot onder de kerktrap en klotst en kolkt tussen de struiken van de omringende tuinen. Een paar eenden en een zwarte knobbelzwaan zwemmen rond het kerkgebouw waar de verbouwereerde kerkgangers zich noodgedwongen verschanst houden. Het regent nog steeds. ‘De dijken zijn doorgebroken,’ roept een van de kerkgangers. En een andere: ‘De toorn van de Here is over ons neergedaald .’ Hij slaat er een kruis bij. Een jongen met kort zwart haar en een bijbel onder de arm geklemd begeeft zich te water. ‘Henkie , blijf hier’, schreeuwt een van de dikke vrouwen, ‘Help mijn zoon gaat verdrinken.’ Maar Henkie kijkt niet op of om. Hij loopt door het water over het pad en vervolgens over de weg naar waar de boerderijen moeten staan. Hun daken zijn zichtbaar, boomkruinen ook en Henkie loopt verder alsof het water, de regen hem niet aangaan. Tot hij verdwijnt. De mensen zijn in paniek, een paar mannen willen achter Henkie aan maar iets weerhoudt hen. De dominee is met een paraplu naar buiten gekomen en beveelt de menigte een gebed uit te spreken voor de dappere ziel van Henkie die nu vast hemelen is. Maar Henkie is niet dood. Henkie heeft onder aan de dijk naar de kraan gedoken, de kraan waaruit al dat water stroomde. Vanochtend op weg naar die stomme kerk had hij die uit balorigheid opengedraaid. Niemand wist dat. Niemand wist van die kraan die te voorschijn kwam bij zware regen en dat die het water zou verspreiden over de landerijen tot zelfs de wegen en de erven van de boerderijen verdwenen. Alleen kinderen en mensen die hun eigenste kleine kindje binnein nog ergaens hadden konden van die kraan weten. En zelfs die bijna niet. Maar Henkie wel. Toen hij de kraan dicht draaide liep het water weg naar de sloten en de bedding van de rivier. Henkie vluchtte naar het hooggelegen huis van zijn grootouders, waar hij zich op de hooizolder verborg. Voorlopig zouden ze niet naar hem zoeken.

CC BY-NC 4.0
This work is licensed under a Creative Commons Attribution-NonCommercial 4.0 International License.