Eeuwig is als een ogenblik

— Toen de jongen zijn konijn zag ging hij naar zijn moeder. Hij vroeg haar op het beestje te letten terwijl hij speeelde met een buurjongen, die ook zijn vriendje was. De moeder zei ‘ja’, liep naar de tuin en sloot het deurtje van de kooi waarin het beestje opgesloten zat. Toen vervolgde zij haar bezigheden, de was doen op de eerste plaats. Zij deed de lakens in de machine, slopen en ook enkele handdoeken. Ondertussen draaide zij muziek: Elvis Presley ‘oh my babay, please surrender … Ta na ta na oh so tender. Can you ….’

Alle woorden zong zij mee, althans die die ze verwachtte te horen. De zwoele stem gaf een gevoel in Graceland rond te lopen. Het kon haar niet lang genoeg duren. Toen ze de was buiten aan het ophangen was lette ze niet op het konijn, maar op de zon, hoe die met het blad van de vlierbes patronen over het wasgoed strooide. ‘Mooi’ dacht ze, ‘mooi’. Op de achtergrond, uit de openslaande deuren leek Elvis Presley bezig aan een rondgang door het huis.

Toen kwam de jongen thuis. ‘Mam’, zei hij ‘ zet toch die muziek uit. Er is een vogel in de tuin, een die je nog nooit gezien hebt.’ Hij voegde de daad bij het woord en liep de tuin in waar hij geen vogel zag. Evenmin vond hij zijn konijn terug in de kooi. Er zat een opening onder het gaas en de aarde was weg gegraven en ook weer opgedroogd. ‘Mam, waar komen al die konijntjes vandaan? Zie, er zitten er wel twintig en ze hebben alles kaal gevreten.’ Zijn moeder keek op, hing de laatste sloop aan de waslijn op de knijpers en zei: ‘Kom jongen, je moeder zal eens eten klaar gaan maken. Je zult wel honger hebben.’ ‘Ja’, zei de jongen, ‘ik rammel.’ —

CC BY-NC 4.0
This work is licensed under a Creative Commons Attribution-NonCommercial 4.0 International License.