Een kleine boottocht

Blauw, blauw, alles leek wel blauw
blauw als chalcophyrite
Dus met goud
Goud dat geen goud was maar toch alles doordrong:
het water, de lucht, het langzaam aflopend zand,
zelfs de branding
Ik lachte en dacht:
Nou, met een beetje zilver dan.

Het eiland Galinara, van de kippen, lag zo’n kilometer of 15 uit de kust. Vanuit daar, op een duin, leek het een onbereikbare droom, donkerblauw, maar straks, nee nu, er op af, op wat meer een speed- dan een zeilboot leek. Nu werd het eiland groener, pastisch en petrol. Hoe noem je groen waar schakeringen blauw in zitten? De boot voer een grot in, een hoge open grot, en liep er vast op een strandje.
‘Zo’, zei Frits, ‘op deze plek gaan we vanavond feesten. En weet je wat zo heerlijk is? Als het vloed wordt spoelt alles de zee in.’
Ik keek rond, brandschoon het strandje, maar van de holen daar achter, dieper de donkerte in, was ik niet zeker.
‘Kijk’, zei Frits, ‘ daar beneden kunnen geen spullen staan, maar boven wel.’ Hij wees naar een holte boven in de wand. Hij floot op zijn vingers en riep: ‘ Volk !’

De gastvrouw kwam te voorschijn, boven in de grotwand. Ze wierp een touwladder naar beneden, waar langs we naar boven klommen. Een tweede grot in de grot bleek een huis met een binnenplaats en aan alle zijden galerij. De vertrekken, zeker 20,  kwamen er op uit.
‘Er gaat niets boven een Romeinse villa’, zei ik de gastvrouw.
‘Nou, het is meer dat deze grot en de mogelijkheden van mergelgrond dit huis gemaakt hebben. Driehonderd jaar is het oudste deel. Als je wil kun je het uitbreiden met je eigen vertrekken, inclusief luchtgaten en vensters naar boven. We kunnen straks een ontwerp maken.’
Opeens had ik geen zin meer in het duikavontuur. Nog niet.

‘Frits, ik ben helemaal stupéfait van wat ik hier aantref. Dit móet ik eerst zien. Ik wil hier het terrein verkennen en morgen de zee in.’
De twee anderen ook met de boot meegekomen hadden de duikuitrusting al aan. Ze liepen met de zwemvliezen in de hand en snorkels bungelend op de borst naar nog een touwladder de diepte in.
‘Jij verandert ook niets’, riep Frits tegen me, ‘kom je om te duiken, ga je het huis verkennen. Je durft zeker niet.’
Godver, de godver, dacht ik, ik had me zo voorgenomen iemand anders te zijn,
de binnenkant van mijn kop te liften.

CC BY-NC 4.0
This work is licensed under a Creative Commons Attribution-NonCommercial 4.0 International License.