De schilder Ham La

Toen Mao Tse Toeng de culturele revolutie begon wist hij dat het fanatisme van de jeugd zich tegen hem zou keren als hij dat niet vòor zou zijn. Hij schreef een klein boekje met uitspraken gemakkelijk te onthouden en als slogan te gebruiken. Hij realiseerde zich dat hij zich van interpreteurs afhankelijk zou maken als hij het bij dikke theoretische boeken liet. Als hij niet enkele richtlijnen gaf die voor iedere volgeling toegankelijk waren. De studenten op de universiteiten, waar noodzakelijkerwijs het intellect en het denken ontwikkeld werden, zouden minder makkelijk te manipuleren zijn. Hun helderheid van geest zou zich keren tegen de simpele concepten waarmee hij de heerschappij over het land verkregen had en die eenvoudig te bekritiseren waren als het burgerlijke autoritaire denken waartegen studenten in Europa en Amerika te hoop liepen. Mao schreef het Rode Boekje en richtte zich tot de jeugd in de Rode Brigades, pubers die zich gemakkelijk idolen maken, idealistisch zijn, opstandig worden bij de energie die in hun lichamen opbloeit. Hij prees ze en gaf ze de opdracht residuen van het burgerlijke kapitalistische mentaliteit uit te roeien, daarom niet aan de universiteit te studeren maar het land in te trekken. De slogan: ‘laat duizend bloemen bloeien’, die Nederlandse maoïsten uit het rode boekje plukten, voerden zij als bewijs aan voor het tolerante karakter van de hernieuwde revolutie in China, een revolutie die uiteraard ook van een hoog ontwikkelde gemeenschapszin van de Chinezen getuigden. Zorgvuldig geselecteerde en geregiseerde buitenlandse bezoekers spraken niet dan lof over dit hoogontwikkelde volk, een niveau waar de Westerse mens met zijn individualistische inborst ver van verwijderd was. Ondertussen trokken de Rode Brigades door China, sleepten professoren en vakbekwame specialisten van hun posten af en lieten ze met een hoge muts, als Jan Klaasen in de poppenkast en met een bord om de nek ‘ik ben een verrader van het volk’ door de straten lopen. Jerusalem lag te ver om de parallel met Jesus Christus te zien. In hun overmoed iedere revisionistische mentaliteit te vernietigen en met het oog op de opbouw van het nieuwe China, vernietigden ze wat af kon leiden van de weg naar de Heilstaat. In opdracht van de vrouw van Mao, Li Ping (die na zijn dood ‘ontmaskerd’ zou worden als aanvoerster van de ‘Bende van Vier’) reden karren vol zangvogels door de straten. Bloemen die rond de huizen stonden werden met de grond gelijk gemaakt, hun eigenaren verjaagd en op het land te werk gesteld.

Ham La was van beroep kunstenaar, beeldend kunstenaar, onderwezen in de school van het confusianisme. Hij leerde er de pigmenten gebruiken en daarmee ragfijne landschappen te schilderen, fris als de ochtenddauw of brandend als de middaghitte. De mens nam er een kleine plaats in, verwaarloosbaar bijna, een figuurtje met takkenbossen op de rug op een brug over een kloof, iemand die in de verte een tempel binnen ging. In overeenstemming met zijn besef van nietigheid van de mens signeerde Ham La zijn werken niet. Het zou zijn redding worden. In de zestiger jaren van de vorige eeuw ontving hij nog steeds opdrachten huizen te verfraaien met een op grootte van de wand afgestemd landschap. In het dorp Da Nang, dicht bij de Vietnamese grens, verbleef hij twee maanden in het huis van zijn opdrachtgever, professor Li Hu, een geacht man en geleerde in de astronomie. Met een kleine telescoop uit de periode van Tsjang Kai Tsjek en een recente toepassing van wiskundige berekeningen had hij in het sterrenbeeld Orion enkele planeten ontdekt. De bevindingen publiceerde hij onder de naam John Little Hunter in vaktijdschrift ‘Science’. Het geld en andere revenuen die hem toevielen plaatste hij op een Zwitsers bankdepot, dat hij daar onder nummer geopend had. Hij bestemde het geld voor zijn dochter, mocht ze ooit in de gelegenheid zijn het te gebruiken. Ham La, de landschapsschilder, eiste slechts een geringe vergoeding voor de verfraaiïng van het huis van Li Hu. Hij betrok een kleine kamer, een voorraadvertrek met een hoog venster naar de binnenplaats, en toestemming om van de voorraad voor zijn levensonderhoud te nemen.

In de studeerkamer van Li Hu had hij het onvolprezen landschap van de drie kloven zojuist voltooid, het gouden moment vastgelegd waarop de zon tussen de bergen opkwam en de kleuren, de vormen in helderheid en genuanceerdheid slechts ontroering konden bewerkstelligen. De dochter van Li hu was, zoals ieder kind, lid van de Rode Brigade. Ze was op 17 oktober 1966 15 jaar oud en zat op de middelbare school van de stad waar haar vader doceerde. Die avond kwam ze niet meer thuis, Ham La trof de professor in tranen aan, toen hij zijn rijst kwam halen van wat Tsi Hu als avondmaal bereid had. Tsi Hu was de dochter van een dagloner die die brodeloos kon worden toen zijn baas bij revolutie van 1949 onteigend en vermoord werd, omdat hij zich bij de onteigening van zijn woonerf verzet had. De vader van Tsi Hu werd als groot revolutionair gezien omdat hij het was die het zwaard hanteerde waarmee de boer onthoofd werd. Hij gold bovendien als een barmhartig man omdat hij de boer niet had laten lijden en slechts éen slag nam om het hoofd van de romp te scheiden. Hij liet zich tevens zien als toonbeeld van de kracht van het gewone volk door voor de terechtstelling te eisen dat de boer voor hem knielde en om vergeving vroeg voor de schanddaden die zijn geslacht van generatie op generatie had begaan. De boer had geknield en gevloekt overtuigd van de uitzichtloosheid van de situatie. Als dochter van een groot revolutionair bestudeerde Tsi Hu de werken van Marx en Lenin. Ze trouwde met Li Hu en bood hem enige bescherming bij zijn wetenschappelijk werk.

Op de avond dat de dochter van Tsi Hu en Li Hu niet thuiskwam van school, nodigde zij Ham La, de landschapsschilder, bij het avondmaal. Hij kreeg bij zijn rijst het stuk kip aangeboden dat Tsi Hu voor haar dochter bereid had. Tsi Hu citeerde uit de werken van Lenin en Mao en sprak over revolutionatie kunst, afbeeldingen in dienst van het volk, voor een nieuwe tijd, de eenvoud van de massa en dat goede voorbeelden de spiegel waren van hoe het leven zou zijn als de revolutie was voltooid. Ze gaf Ham La het adres van een drukker in Kanton. Ham La verliet het huis en kreeg -met haar aanbeveling op briefpapaier van de partij- een baan als tekenaar op de werkplaats van de drukkerij in Kanton. Hij tekende een serie posters over het leven op het land: blozende babies, rijke oogsten, rode appels en gouden sinasappels, zonovergoten dorpspleinen en goeddoorvoede meisjes met linten in het haar. Om de frisheid van deze werkelijkheid te benadrukken gebruikte hij primaire kleuren, rood en geel overheersten. Zo werkte hij tien jaar als gewaardeeerd lid van het collectief. Hij had zelfs enkele jongeren opgeleid tot kunstenaar. In dienst van het socialistisch realisme verwief hij zo’n grote faam dat hij in 1975 tot modelarbeider van het jaar uitgeroepen werd. Hij mocht aan de partijsecretaris waar de drukkerij onder resorteerde een gunst vragen. Hij kreeg drie weken vrij en de toestemming naar het platteland af te reizen. Opnieuw zag men in dit verzoek zijn verbondenheid met de opbouw van het land, de ontwikkeling van het platteland en de industrialisatie er van. Ham La nam behalve mondvoorraad voor vijf dagen en de aanbevelingsbrief van de partijsecretaris van Kanton, een schetsblok, krijt, kwasten en tubes verf mee. Hij keerde terug naar Da Nang, het dorp bij de Vietnamese grens.

Het huis van de astronoom en zijn vrouw werd bewoond door een onbekende familie. De dochter van Tsi Hu en Li Hu woonde in een commune op het platteland in de omgeving van Da Nang. Ze was nu 25 en had de leiding over de jonge brigadisten. Ze herkende Ham La onmiddellijk en verwonderde zich er over dat China nog steeds niet gezuiverd was van aanhangers van de burgerlijke ideologie. Ze vertelde Ham La dat het haar pijn had gedaan haar vader aan te moeten geven wegens het onderhouden van contacten met wetenschappers die zich door kapitalisten lieten leiden. Ze had ook de dubbelhartige rol van haar moeder doorzien. Die had van haar proletarische achtergrond misbruik gemaakt en zich een burgerlijke mentaliteit aangemeten. De zaak van de revolutie vroeg dat offer van haar en ze had het grootmoedig volbracht. Haar vader was van de universiteit verwijderd en omgekomen in een mars naar het platteland waarbij men hem behandeld had zoals het verraders betaamde. De verblijfplaats van haar moeder wist ze niet. De ontwikkeling van China ging haar boven de familiebanden met hun burgerlijke oorsprong.

Ham La toonde haar de aanbevelingsbrief, waarop gewag gemaakt werd van zijn verdiensten voor het volk. Achter de houten tafel waaraan zij zat, stond een ijzeren dossierkast waarvan zij de sleutel om de hals had. Ham La zag hem hangen onder de rode halsdoek met een metalen insigne van de rode brigades bijeengehouden. Ze was een kleine gedrongen vrouw dat haar dikke zwarte haar kort en recht afgeknipt hield. De vrouwelijk brigadisten hadden hun vlechten afgeknipt en aan de staat geschonken die er pruiken van maakten en verhandelde voor westerse deviezen. Op haar revers droeg ze de orde van verdienste van Mao. Haar uniform bestond uit goed geweven katoen en zat smetteloos gestreken om haar naar corpulentie neigende gestalte. Ze lachte haar tanden bloot terwijl ze naar Ham La opkeek: ‘De verraders zullen zichzelf aangeven als zij zich veilig wanen voor volksvijandige praktijken. Om de heilsstaat te bereiken is permanente waakzaamheid nodig. Welk citaat haal ik hier aan?’ Ham La moest het antwoord schuldig blijven. De dochter van Li Hu haalde de sleutel van haar hals. In de wijze waarop zij daarbij haar hoofd boog herkende Ham La haar moeder.

Er kwam een jongeman binnen die haar vroeg of hij van dienst kon zijn. Samen zochten ze naar een dossier van Ham La, ‘Geen schuldbekentenis voor hij naar Kanton vertrok? Nee, geen schuldbekentenis. We zullen hem met de brigadisten in contact brengen.’ Ham La werd in een zijkamer opgesloten en later die dag voorgeleid aan een afvaardiging waarvan het merendeel niet ouder dan een jaar of 16 was. Ze namen Ham La zijn kleren af en smeerden hem onder de verf uit zijn tubes. Vooral het insmeren van zijn genitalieën bezorgden hen plezier. De erectie die Ham La er bij kreeg bood gelegenheid extra kleuren aan te brengen. Ze namen hem mee naar een binnenplaats en de dochter van Li Hu sprak de jonge brigadisten toe: ‘Wij zijn geen onmensen, wij hakken geen handen af, wie afdwaalt kan onder ons blijven nadat hij met zijn eigen dwaling gestraft is. Daarom zullen we hem opsluiten in het huis van de verrader Li Hu waar hij de verf van zijn lichaam eten zal.

Ham La werd opgesloten in de oude voorraadkamer, de deur vergrendeld. Af en toe kwam er een gezicht door het luik op de binnenplaats. Terwijl Ham La op zoek was naar iets drinkbaars, stuitte hij op een rol zwart papier in de muur met daarin een brief aan hem gericht, een brief van Li Hu waarin hij waarschuwde voor zijn dochter en een ontsnappingsroute naar de Vietnamese grens. Op een apart velletje stond het nummer van de Zwitserse bankrekening. Ham La huilde van geluk bij de onverwachte ontmoeting. Hij leerde het nummer uit zijn hoofd en at het papier op. De ontsnappingsroute die hij kon nemen leidde via een nauw luik door het huis naar buiten, de route door de bossen naar de grens. Ham La kleedde zich in juten zakken en tegen de dageraad ging hij. In de eerste licht zag hij de afbeelding van de drie kloven in de kamer van wijlen Li Hu. Door de tijd en onachtzaamheid was er nog slechts vaag iets van zijn meesterwerk te zien.

In 1980 stonden in Zürich groepen jongeren die zich de ‘Autonomen’ noemden. Zij bespoten wanden van gebouwen met felle kleuren. Een van hen was een oude magere Chinees, die uitsluitend zwarte verf uit spuitbussen spoot. Ze zeiden dat hij gek was en stom en dat hij met zwarte verf spoot omdat deze niet meer te verwijderen was. In 1983 stierf Mao.

CC BY-NC 4.0
This work is licensed under a Creative Commons Attribution-NonCommercial 4.0 International License.