De blauwe tuin

Het was een tuin, een blauwe tuin. Langs de ommuring dropen blauwe lianen tot in de wortels van de planten. De planten hadden met elkaar afgesproken dat iedere exemplaar, van welke oorsprong ook zich in blauw zou hullen. Dat zeiden ze tegen elkaar. de waarheid was dat ze generatie na generatie op dezelfde plek bij elkaar leefden en meer en meer op elkaar leken. En ze negeerden zoveel mogelijk wat er niet blauw uitzag, waardoor het leek of dat niet bestond. Lichtblauw, azuur, indigo gentiaanblauw, kobaltblauw, ultramarijn, marineblauw, saffier, zoveel kleuren blauw. Wie zou er kunnen klagen dat er te weinig verscheidenheid was. Turquoise, petrol waren een twijfelgeval en aan het tolereren van het groenblauw ontleenden ze het argument dat het er in de tuin ruimhartig aan toeging.

Er groeiden in de tuin ook een stel fuchsia’s die zich vaak kwetterend met elkaar onderhielden. Dat viel op een regenachtige middag op. ‘Fuchsia, fuchsia, dat wij je over het hoofd gezien hebben. Wij zijn breed van opvatting, maar dit rood heeft niets meer met ons blauw van doen. Daar moet de tuinraad voor aantreden en over oordelen.’ Aan het woord was de voorzitter van de tuinraad , een kikker die de gewoonte had eerst alle perken te bespringen om vervolgens op een steen midden in de vijver plaats te nemen. Niemand in de tuin lukte zoiets, het was er te glibberig. De algen die die gladheid veroorzaakten waren van een diepblauwe, bijna zwarte kleur. De overige leden van de tuinraad waren van wisselende samenstelling. Het was meer wat de kikker tijdens zijn sprongen op weg naar zijn steen tegenkwam, waar zijn oog op viel en wat hij aanwees. Het kon een beest zijn, een raar lieveheersbeestje, een spin, een hommel, maar ook een plant.

En het was hier dat de kikker de fout inging. Het was zijn gewoonte een uitgekozen plant uit te rukken: ‘Jij gaat na afloop van het beraad het water in en zink tot op de bodem. Vanuit de plantenhemel daar kan je een exotische orchidee worden. Wat je maar wil.’ De tuinraad stond opgesteld rond het aquamarijn van de vijver in de middagzon. Er was een tor, die diep donkerblauw glansde en die af en toe uit louter ijdelheid zijn vleugels liet trillen. Er was een familie bladluizen die gezellig keuvelden: ‘Wij zitten altijd goed, want wij nemen de kleur over van wat we eten.’ Een schele spin zat gemeen naar hen te loeren. Die was zo non-descript van kleur dat niemand de moeite nam te kijken of hij wel blauw was. Een Vlaamse gaai zat boven in de kastanjeboom aan de rand van vijver. Hij riep: ‘Ga maar beginnen met de vergadering. Wat ik te melden heb roep ik wel. En ook als iemand die hier niet hoort over het hek klimt.’ Alom instemmend en geruststellend gemompel.

‘Vrienden’, zo begon de kikvors, terwijl hij zelfvoldaan en trots om zich heen keek, ‘vrienden, wij zijn hier bijeen om te bepalen of de fuchsia in de tuin kan blijven. Zoals jullie weten is de kleur blauw de basisregel van deze tuin. En aangezien deze fuchsia meer rood dan blauw is, kunnen wij niet anders dan een overtreding van onze geliefde regels constateren. Ik heb op weg naar dit beraad de mooiste fuchsia geplukt en hierheen gebracht. Het is niet de schoonheid maar de kleur die het probleem vormt. Allereerst wil ik het woord geven aan de plant zelf.’ De fuchsia stond een beetje bibberig aan de rand van het water. De plant werd overeind gehouden door een spreeuw die daartoe zijn diep paarsblauwe vleugels gespreid hield. ‘Dank je wel’, zei de fuchsia, ‘dank je wel kikker, dat ik straks naar de hemel mag. Eerst wil ik opmerken dat jouw poten behoorlijk rood zijn, knalrood en je ogen lijken wel tomaten. En de rest van verschijning is zo groen dat je wel in een groene maar allesbehalve blauwe tuin thuishoort. In mij zit meer blauw dan er ooit in jou te ontdekken zal zijn.’

‘ Wel, heb ik me jou daar, de brutaliteit’, begon de kikker, maar het was al te laat. Alle dieren en planten bogen zich naar de kikker, keken . Er steeg een ongemakkelijk gemompel uit de tuin. ‘Ja, ja, ja’, dat klonk steeds luider. ‘Ga zelf maar op de bodem liggen’, gilde de fuchsia. ‘Ja, ja, ja’, het was duidelijk dat de schellen van de ogen der tuinbewoners vielen. De Vlaamse gaai die het tafereel met interesse gadesloeg, nam een duikvlucht en met éen hap slokte hij de kikker op. Daarop brak er in de tuin een gejuich los: ‘De dictator, wij hebben de dictator verdreven. Leve de vlaamse gaai.’ De vogel nam plaats op de steen, klapperde een paar keer de vleugels op en neer en riep: ‘Laten we een minuut stilte houden voor de fuchsia die zijn leven voor ons offerde, die met zijn onverzettelijke moed de vinger op de zere plek lei en zo de dictator verjoeg.’

Er werd voor de fuchsia een standbeeld opgericht en wel op de plek waar de fuchsia toen bezweek. Het beeld werd wel blauw geschilderd, dat wel.

CC BY-NC 4.0
This work is licensed under a Creative Commons Attribution-NonCommercial 4.0 International License.